Partner voor Ondernemers

  

en Kenniswerkers

Site navigatie

Start Vraagbaak computergebruik Hardware Geschiedenis
Een beetje geschiedenis

Inleiding

Behoudens wellicht de medische wetenschap, de microbiologie en de biochemie, heeft waarschijnlijk geen enkel terrein van menselijk vernuft in de afgelopen 50 jaar een zo stormachtige ontwikkeling doorgemaakt als de informatie-technologie.

Een hedendaagse auto, een vliegtuig, zelfs een ruimteveer of ruimtestation stoelt nog duidelijk op de voorgangers uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Indien het mogelijk was een gebruiker uit die tijd onmiddellijk naar de onze te transponeren, zou hij/zij na zeer korte tijd vertrouwd zijn met  de bediening van dergelijke instrumenten.

Maar een moderne laptop of een ander hulpmiddel met geïntegreerde computertechnologie is werelden verwijderd van de, een afgesloten zaal bestrijkende, energieverslindende, storingsgevoelige en massale koeling vereisende configuraties van 50 jaar geleden. Wat toen een volledige etage van een volwassen gebouw in beslag nam, past nu in een aktenmap. De capaciteit en snelheid van een moderne notebook of server overschrijdt alles wat men in die tijd kon bouwen.

Deze (r)evolutie volgt nu al meer dan 50 jaar een empirische wetmatigheid, voor het eerst geformuleerd in de jaren 60 door Gordon E. Moore (één van de grondleggers van Intel): de snelheid en capaciteit van elektronische componenten verdubbelen elke twee jaar, tegen gelijkblijvende prijs en productiekosten, en onder halvering van het volume. Ook voor de voorzienbare toekomst schijnt deze regel stand te houden. 

De voorlopers

Mechanische hulpmiddelen bij rekenwerk zijn al zeer oud. De Chinezen ontwikkelden weergaloze handigheid met hun telramen (abacus) en in onze eigen eeuw van de "verlichting" verschenen de eerste mechanische rekenmachines. Reeds in de 18e, maar vooral vanaf het begin van de 19e eeuw deed de ponsband en ponskaart zijn intrede, hoofdzakelijk voor de besturing van productiemachines in de textielindustrie en voor het opslaan en sorteren van gegevens bij volkstellingen. De naam Hollerith is onlosmakelijk verbonden met deze laatste toepassing. Een eerste poging dezelfde technologie te gebruiken als concept voor een programmeerbare rekenmachine (Babbage) mislukte, hoofdzakelijk door intermenselijke problemen en gebrek aan precisie bij de uitvoering.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw volgde een snelle opmars van de Hollerith ponskaart in het kader van de mechanisering van de bedrijfsadministratie (tabulator-machines), hoofdzakelijk gedreven door het jonge IBM.

De jaren 40: de eerste "echte" computers

Door de toepassing van radio buizen werd het mogelijk programmeerbare elektronische reken- en verwerkingseenheden te produceren, meestal in combinatie met ponskaarten of ponsband voor invoer en opslag. De noden van de oorlog waren een sterke katalysator voor deze ontwikkeling. In de Verenigde Staten gebruikte men de ENIAC en de EDVAC hoofdzakelijk voor logistieke en ballistische doeleinden, in Engeland werd de Colossus ingezet voor het ontcijferen van gecodeerde berichten.

Parallel was in Duitsland Zuse al in de jaren 30 begonnen met de ontwikkeling van computers. Aan hem komt de eer toe het tientallig door het tweetallig stelsel te hebben vervangen (digitaal, binair). Het Von Neumann beginsel tot slot was baanbrekend in het gebruik van hetzelfde formaat en dezelfde opslag voor "instructies" en gegevens.

Vlak na de tweede wereldoorlog werden beide stromen verenigd, o. a. in de Britse EDSAC (1949). De digitale computer was geboren.

De jaren 50, 60 en begin 70

In deze tijd zag men een fenomenale capaciteitvergroting, een verbreding van de inzet zowel op het administratieve gebied als op talloze wetenschappelijke terreinen, en de schoorvoetende integratie van de mechanische bedrijfsadministratie-apparatuur in de computerwereld. Hiertegen bestond aanvankelijk binnen IBM een grote weerstand.

Een significante mijlpaal was de vervanging van de radio buis door de transistor, waardoor de betrouwbaarheid aanzienlijk steeg en het energieverbruik gevoelig daalde (tweede generatie). In deze tijd vestigden zich talloze computermerken, ieder met hun eigen architectuur die zich sterk maakten de "beste" of de "snelste" te zijn, hetzij voor een bepaald doel, of zelfs in het algemeen.

Een andere belangrijke evolutie was de opkomst van de elektronische opslagmedia (banden en schijven) die voor dat doel onvergelijkbaar veel sneller en effectiever waren dan ponskaarten of ponsband.

De derde generatie computers tenslotte werd gekenmerkt door de introductie van de microchip, hetgeen weer een kwantumsprong veroorzaakte in capaciteit en energie-efficiëntie en het voor het eerst mogelijk maakte afstand te nemen van strikte machinecode voor de programmering.

In deze tijd kon men drie hoofdgroepen van computers onderscheiden:
  • commerciële systemen, gebruikt voor het automatiseren van bedrijfsprocessen (met IBM als marktleider)
  • wetenschappelijke systemen, gericht op het steeds sneller uitvoeren van steeds complexere berekeningen (typische fabrikanten: Sperry Univac en CDC)
  • later: real-time systemen, enerzijds bestemd om in "real time" te reageren op signalen (bijvoorbeeld in procesbesturing), anderzijds gedacht als "leverancier" van computercapaciteit aan wetenschappers op hun werkplek (voorbeeld: Digital Equipment Corporation).
Waren de eerste twee varianten hoofdzakelijk gericht op stapelverwerking (batch processing), zo was de derde een essentiële factor bij de ontwikkeling van interactief ofwel taakgebonden computergebruik.

De jaren 70, 80 en 90

Het bleek mogelijk steeds meer "intelligentie" in een steeds kleiner omhulsel te verpakken. Wat begon met intelligente terminals en programmeerbare wetenschappelijke rekenmachines, groeide al spoedig uit tot individuele werkstations die een groot deel van hun taken zonder toegang tot een centraal systeem konden uitvoeren. Niet alleen vermeed men op die manier zeer veel kostbaar dataverkeer, het sprak ook het verlangen van veel gebruikers aan zich vrij te maken van het juk van de alom tegenwoordige IS-afdelingen in de grote bedrijven en instellingen. De zegetocht van de "personal computer" (PC) was begonnen.

Parallel zag deze periode een ander gevolg van "Moore's Law". Men kon zich langzamerhand een zekere mate van "vrijgevigheid" met verwerkingscapaciteit veroorloven, processoren waren niet langer de primaire kostendrijver. Daardoor werd de rechtvaardiging van individuele, op bepaalde doelen geoptimaliseerde architecturen steeds minder dwingend, in tegendeel, werd de adoptie van een quasi-"standaard" een belangrijke voorwaarde voor productie-efficiëntie. Na enige tijd bleek de in de personal computers ingezette architectuur in de meeste gevallen ook voor configuraties van andere aard bruikbaar te zijn, en alleen al door de "economies of scale" ontwikkelde deze zich tot universele standaard. Dit wederom betekende het einde voor veel roemruchte namen en merken uit de pioniersjaren, met een golf van liquidaties, fusies en overnames door de PC-fabrikanten.

De toestand nu

Zuiver op basis van aantallen en bestedingspatroon is dit het tijdperk van de personal computer. Deze presenteert zich thans hoofdzakelijk in drie verschijningsvormen:
  • De bureaubladcomputer (desktop) waar de gebruikersgerichte componenten (beeldscherm, toetsenbord, muis, luidsprekers) op het bureaublad zijn opgesteld, de "interne" onderdelen zijn ondergebracht in een systeemkast, die gewoonlijk naast of onder het werkoppervlak een plaats vindt (toren).
  • De laptop, waar alle onderdelen zijn samengepakt in één klein en licht omhulsel, dat geschikt is om de gebruiker overal (ook op verplaatsing of op reis) te begeleiden.
  • De server, uiterlijk zeer sterk lijkend op een bureaubladcomputer, maar met als hoofdfunctie om in een lokaal netwerk een aantal gebruikerssystemen te ontlasten en te voorzien van centrale opslag-, periferie- en communicatie-diensten.
Daarnaast wordt steeds meer PC-functionaliteit geïntegreerd in andere gebruiksvoorwerpen, zoals mobiele telefoons, persoonlijke assistenten, media-spelers, spelconsoles enz.

Natuurlijk is er ook nu een markt voor afgezonderde data-centres. Deze concentreert zich hoofdzakelijk op:
  • Knooppuntservers voor het Internet
  • Toepassingsservers, hetzij bedrijfsintern, hetzij via het Internet toegankelijk
  • Centrale systemen voor grote ondernemingen en organisaties, voornamelijk voor consolidatie, back up en beheer
  • Uiterst snelle "technische" systemen, zoals in de meteorologie, astronomie, en op andere terreinen van zuivere en toegepaste wetenschap.
Hoewel zich op dit laatste gebied soms nog afwijkende architecturen handhaven, zijn ook de meeste hier ingezette systemen gebaseerd op grote aantallen, in "racks" gemonteerde en parallel werkende eenheden van het standaard type.

Terug naar hardware
Terug naar startpagina

Commentaar (0)Add Comment

Schrijf commentaar

busy
 

Site navigatie

Start Vraagbaak computergebruik Hardware Geschiedenis

Uitgever

Willem Overbeeke
Overbeeke & Partners bv
Kudelstaartseweg 64A
NL-1433GK  KUDELSTAART

Contactinformatie

T: +31 297 368 275
F: +31 297 368 274
Skype: willem.overbeeke

url:
www.itzakelijk.nl
e-mail:
willem.overbeeke@itzakelijk.nl

Naar een interactieve
verbinding online

oo
                   © 2008 - 2010 ITzakelijk.nl  Overbeeke & Partners BV                                                                                                                                                       
Verwijzingen naar en links met met deze site zijn toegestaan (onder verwijzing naar auteursrecht)
RocketTheme Joomla Templates